Kidsclub

Kidsclub

Je kent hem vast wel, de ooievaar. Het is een vogel van meer dan een meter hoog, met twee rode poten, een lange rode snavel, en een zwart met wit verenpak. Hij woont meestal op een hoog nest: paal of in een boom. Een ooievaar stapt altijd heel deftig door de weilanden, waar hij naar eten zoekt: insecten, wormen, muizen, slakjes, mollen, kleine ratten en af en toe een kikker als lekker toetje. Ooievaars kunnen heel goed vliegen, dat is ook niet zo verwonderlijk als je kijkt naar hun grote vleugels: van vleugeltip tot vleugeltip wel 2,5 meter breed! Elk jaar vliegt de ooievaar helemaal naar het verre zuiden, naar Afrika, waar hij een tijdje woont als het bij ons winter is; in Nederland is het dan te koud en dus hebben de dieren, die de ooievaar eet om in leven te blijven, zich onder de grond verstopt.

Een ooievaar kan nu eenmaal niet zonder eten! In Afrika eet de ooievaar voornamelijk sprinkhanen.

boes1

In het voorjaar komt de ooievaar weer terug, het mannetje vaak eerder dan het vrouwtje, en dan zoekt hij zijn nest weer op. Als ze elkaar weer zien na die lange, verre en gevaarlijke reis, klepperen ze volop van vreugde: met de kop helemaal achterover.

Na een tijdje legt het vrouwtje eieren: soms 2, soms 3 en soms wel 6! Het mannetje en vrouwtje broeden om beurten, zo’n 32 dagen. Dan komt het eerste ooievaartje uit het ei. De jonkies zijn heel klein en nog behoorlijk lelijk ook!  Maar dat is niet lang zo, ze groeien heel snel en ze worden steeds mooier. Als ze pas geboren zijn, krijgen ze van hun ouders regenwormen te eten. Zodra ze wat groter zijn, krijgen ze ook groter voedsel.

Wanneer ze 10 weken oud zijn gaan ze leren vliegen. De eerste vliegoefeningen doen ze heel voorzichtig op het nest. Twee weken later als ze ongeveer 12 weken oud zijn, kunnen ze goed vliegen en gaan met hun ouders in de omgeving rondkijken en voedsel zoeken. Als een ooievaar geen ongeluk krijgt en verder gezond blijft, kan hij wel 30 tot 40 jaar oud worden!

boes2

Sommige ooievaars blijven ook in de winter in Nederland. Ook bij Droonessa overwinteren soms ooievaars, die krijgen dan van ons te eten, want zoals je nu wel weet, kunnen ze in de winter niets meer op het land vinden. Waarom doen de wij en anderen dit? Nou de grote mensen hebben hele domme dingen met de natuur gedaan: ze gooiden gif op het land, ze joegen op de ooievaar, ze maakten de weilanden zo droog dat de ooievaar er zelfs in de zomer geen eten kon vinden en ze plaatsten gevaarlijke hoogspanningsleidingen, waartegen veel ooievaars zich dood vlogen. Ja, en toen zijn de ooievaars weggevlogen naar andere landen, waar het leven voor hen een stuk veiliger was en waar ze eten konden vinden. Uit zichzelf wilden de ooievaars niet terugkomen, dus moesten de mensen een handje helpen. Want er zijn best nog wel plekjes waar de ooievaar redelijk ongestoord kan leven.

boes3

Daarom zijn er ooievaarsstations gemaakt waar ieder jaar ooievaars losgelaten werden (nu niet meer), die dan in de omgeving van het station een nest zochten. Soms waren die nesten van tevoren neergezet, en hopelijk kregen ze dan ook jongen, die als ze dan van de trek terug zijn, misschien ook een nest zoeken bij het station in de buurt of ergens anders in Nederland. Als dat lukt, kunnen we misschien over 10, 15, of misschien wel 20 jaar zeggen, dat de aanwezigheid van de ooievaar in Nederland heel gewoon is. Want nu is het nog zo dat een ooievaar als iets heel bijzonders gezien wordt in Nederland, terwijl het 40, 50 jaar geleden een normale broedvogel was in ons land, net zoals koolmezen en de mussen nu. Er zijn nu weer veel ooievaars vooral in het Reestdalgebied, bij Meppel en omgeving.

boes4

De meeste ooievaars zijn geringd. Op die ring staat een nummer, dat met een verrekijker of telescoopkijker goed is af te lezen. Zo weten wij welke ooievaar zich waar bevindt.

De ooievaars komen nu alweer voor het tiende jaar op Droonessa en we hopen dat ze nog heel lang zullen blijven.