Home & inhoudNieuwsDroonessaOoievaarsUilenWebcamSponsorenKidsclubAlgemeenWebshopContact
Vriend(in) worden?
Ringnummers
Wetenswaardigheidjes
Uilen

Een plotse schim in de schemer, of een angstaanjagend gekrijs, midden in de nacht... dat is voor velen de eerste ontmoeting met de kerkuil. Deze zeer tot de verbeelding sprekende vogel broedt en jaagt vaak in menselijke omgeving, maar slechts weinigen krijgen hem wat beter te zien. Ik zie en hoor hen dagelijks.Veel voorkomende broedplaatsen zijn boerenschuren,  zoals Droonessa, kerktorens en andere bouwwerken, een enkele keer ook holle bomen. Het voedsel bestaat voornamelijk uit veldmuizen, aangevuld met huisspits- en bosspitsmuizen. Jonge kerkuilen kunnen soms flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven hun leven lang in hetzelfde leefgebied. De kerkuil is een evolutionair succes: de soort komt in 35 ondersoorten (varianten) voor op ieder continent, behalve op Antarctica. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed is slecht in staat warmte vast te houden.



Tot in de jaren vijftig broedden jaarlijks minstens 1500 tot 3000 paar kerkuilen in halfopen landelijk gebied, vooral in het midden en oosten des lands. De turbulente ontwikkelingen op het platteland (verkavelingen, intensiever graslandgebruik, effectievere muizenbestrijding, verdwijnen van ruige hoekjes en dergelijke) maakten het leven voor de kerkuilen er niet makkelijker op. Dit had tot gevolg dat na een - op zich normale - forse terugval door de strenge winter van 1963 en vooral die van 1979 nauwelijks meer een herstel optrad. In 1980 waren nog maar 100 paar kerkuilen over. Sindsdien gaat het de soort weer wat beter, hetgeen mede te danken is aan het intensieve beschermingsprogramma. In de 90'er jaren broedden 700-1200 paar kerkuilen in ons land, waarvan zo'n driekwart in Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Sinds 1998 gaat het nog beter met de Kerkuil, in 2000 broedden er ongeveer 2000 paren in Nederland. Deze uilen echter broeden hoofdzakelijk (ongeveer 90%) in nestkasten. Daarmee zijn kerkuilen bijzonder sterk afhankelijk van menselijke "goodwill". Bovendien is het aantal kerkuilen ook afhankelijk van het reproductiesucces van de belangrijkste prooi, veldmuizen. Het aantal veldmuizen vertoont een driejarige golfbeweging, welke de kerkuil met enige vertraging volgt. (bron: vogelbescherming nederland)



In november 2007 zijn er hier op Droonessa 4 kerkuilen geringd, varierend van 225 tot 285 gram. De jonge uilen waren slechts 7 weken oud. De vijfde vloog uit het nest toen de ringelaar hen naar beneden wilde halen.  2008 was landelijk een slecht uilenjaar zodat ook hier geen uilen zijn geboren. Inmiddels het achtste jaar dat ook de uilen hun broedplaats hebben gevonden  bij Droonessa. In 2009 zijn er 5 jongen opgegroeid en geringd op Droonessa, ondanks dat één van de ouders ze in de steek had gelaten. De jongen zijn daarom ook nog bijgevoerd met muizen en kuikens. Helaas is begin 2010 één jonge uil in Loon dood gevonden. Deze had helaas door de hevige sneeuw onvoldoende voedsel kunnen vinden.

 


Meer info:http://www.kerkuil.com/pg-17825-7-23585/pagina/home.html

 



 






Home & inhoudNieuwsDroonessaOoievaarsUilenWebcamSponsorenKidsclubAlgemeenWebshopContact